🎭 PodiumtechniekNaslagwerk licht & geluid

Akoestiek

De zaal is een instrument dat meespeelt of tegenwerkt, en jij kunt hem meestal niet veranderen. Snap je wat er akoestisch gebeurt, dan weet je wat je met je opstelling en je mix nog wél kunt doen.

Nagalm en RT60

Nagalm is het geheel van reflecties die na het directe geluid blijven naklinken. De maat daarvoor is de nagalmtijd of RT60: de tijd waarin het geluidsniveau met 60 dB daalt nadat de bron gestopt is.

RuimteRT60Gevolg voor jou
Studio / regiekamer0,2–0,4 sAlles wat je hoort komt uit de speaker
Theaterzaal0,8–1,2 sIdeaal voor spraak en versterkte muziek
Poppodium0,8–1,5 sGoed werkbaar
Concertzaal (klassiek)1,8–2,2 sMooi voor akoestisch, lastig voor versterkt
Sporthal2–4 sVerstaanbaarheid is het probleem. Richting, richting, richting
Kerk3–8 sZeer lastig. Delay-opstellingen, minder volume, droge mix
Parkeergarage5–10 sVergeet het
BuitenGeen nagalm, maar wel wind, temperatuur en buren

De formule van Sabine

Nagalmtijd volgens Sabine
RT60 = 0,161 × V / A
RT60 = nagalmtijd in seconden · V = volume van de ruimte in m³ · A = totale absorptie in m² sabin.
En: A = Σ (S × α) — per materiaal het oppervlak S in m² maal de absorptiecoëfficiënt α.
Voorbeeld: een gymzaal

Een zaal van 20 × 15 × 6 meter met overwegend harde vlakken (gemiddelde α = 0,10).

V = 20 × 15 × 6 = 1800 m³
S = 2 × (20×15 + 20×6 + 15×6) = 2 × (300 + 120 + 90) = 1020 m²
A = 1020 × 0,10 = 102 m² sabin
RT60 = 0,161 × 1800 / 102
= 2,84 seconden — flink galmend

Komen er 300 mensen in (elk ongeveer 0,45 m² sabin absorptie), dan komt er 135 m² sabin bij:

A = 102 + 135 = 237 m² sabin
RT60 = 0,161 × 1800 / 237 = 1,22 s
Meer dan gehalveerd — dáárom klinkt een volle zaal zo anders.

Reken zelf door met de nagalmtijd-rekenmachine.

Grenzen van de formule

Sabine werkt goed bij ruimtes met redelijk gelijkmatig verdeelde absorptie en RT60 boven ongeveer 0,5 s. In heel dode ruimtes of bij absorptie op één plek (alleen het plafond) wijkt de werkelijkheid af — dan gebruik je de formule van Eyring. Voor jouw praktijk is Sabine ruim voldoende om een zaal in te schatten.

Absorptiecoëfficiënten

α loopt van 0 (alles kaatst terug) tot 1 (alles wordt geslikt). Let op: absorptie is frequentieafhankelijk — dit zijn waarden rond 500 Hz.

Materiaalα @ 500 HzOpmerking
Beton, geschilderd0,02Kaatst vrijwel alles terug
Glas, groot vlak0,04Ramen zijn spiegels voor geluid
Baksteen0,03
Houten vloer op balken0,10Absorbeert wat laag door het meetrillen
Gipsplaat op regels0,05Werkt als basvanger
Tapijt op beton0,14Alleen hoog
Dik gordijn, geplooid0,50Hangt het los, dan werkt het veel beter
Akoestisch plafondpaneel0,70
Akoestisch schuim 5 cm0,60Doet weinig onder 250 Hz
Minerale wol 10 cm0,90Werkt ook lager
Publiek, staand per persoon≈ 0,45 m²Per persoon, niet per m²
Bezette stoel≈ 0,45 m²
Lege gestoffeerde stoel≈ 0,30 m²Daarom klinkt een half volle zaal redelijk constant
Open raam / deur1,00Alles gaat naar buiten en komt niet terug

Staande golven en zaalmodes

Tussen twee evenwijdige wanden ontstaan staande golven: het geluid kaatst heen en weer en op bepaalde frequenties versterken de heen- en teruggaande golf elkaar. Op sommige plekken in de zaal hoor je die frequentie veel te hard (buik), op andere plekken bijna niet (knoop).

Grondfrequentie van een zaalmode
f = 343 / (2 × L)
L = de afstand tussen de twee evenwijdige wanden in meter.
De volgende modes zitten op 2×, 3×, 4× die frequentie.
Voorbeeld: kleine zaal van 8 meter breed
f = 343 / (2 × 8) = 21,4 Hz
Modes: 21 Hz, 43 Hz, 64 Hz, 86 Hz, 107 Hz …
Rond 43 en 64 Hz krijg je in deze zaal bulten en gaten in het laag.
Wat doe je eraan?

Modes zitten alleen in het laag (grofweg onder 200–300 Hz) en je krijgt ze niet weg met EQ, want ze zijn plaatsafhankelijk. Wat wél helpt:

  • Subs verplaatsen: uit de hoek weg, iets naar het midden, of juist de andere kant op.
  • Meerdere subs op verschillende plekken: dat middelt de modes uit.
  • FOH niet in het midden van de zaal of tegen de achterwand zetten — daar zitten de extremen.
  • Een smalle cut op de ergste mode, gemeten op meerdere plekken, geeft wat verlichting.

Kamfiltering

Kamfiltering ontstaat als hetzelfde signaal met een klein tijdverschil twee keer bij je oor (of bij een microfoon) aankomt. Op sommige frequenties tellen de golven op, op andere doven ze uit — en dat wisselt regelmatig af over het spectrum. In een grafiek ziet dat eruit als de tanden van een kam. Het klinkt hol, blikkerig, of alsof er een flanger op staat.

Waar zitten de uitdovingen?
feerste dip = 1 / (2 × Δt)
Δt = tijdverschil in seconden. De volgende dips zitten op 3×, 5×, 7× die frequentie; de pieken zitten op 1/Δt, 2/Δt, enzovoort.
Voorbeeld: 1 ms verschil → eerste dip op 500 Hz, dan 1500, 2500, 3500 Hz …
OorzaakOplossing
Twee microfoons op één bron3:1-regel, of één microfoon weghalen
Microfoon dicht bij een hard vlakVerplaatsen, of juist er tegenaan (grensvlakmicrofoon)
Twee speakers die hetzelfde weergeven, uit elkaarDelay uitlijnen, of één uitzetten
Reflectie van vloer of achterwandAbsorptie, of de hoek van de speaker aanpassen
Podiumgeluid dat de zaalmix inlektIn-ears, minder podiumvolume
Droog signaal per ongeluk twee keer in de mixControleer je routing en je wet/dry-instellingen

Echo, flutter en focus

VerschijnselWat het isWat doe je
Discrete echoEén duidelijke reflectie meer dan ~50 ms na het directe geluid, meestal van de achterwandAbsorptie of diffusie op de achterwand; PA-hoek aanpassen zodat er minder energie op komt
Flutter echoSnelle ratel tussen twee evenwijdige harde wanden. Test: klap in je handenEén wand behandelen of een kleine hoek geven
FocusEen holle wand of koepel bundelt geluid op één plekNiets aan te doen zonder verbouwing; vermijd die plek voor FOH
Slap-back van het balkonReflectie van de balkonrand terug naar het podiumSpeakerhoek, en op het podium minder volume

Verstaanbaarheid meten

Voor spraaksystemen (theater, station, ontruimingsinstallatie) bestaan objectieve maten:

MaatWat het meetRichtwaarde
STI (Speech Transmission Index)Schaal 0–1> 0,50 voldoende, > 0,60 goed, > 0,70 uitstekend
%ALconsPercentage verkeerd verstane medeklinkers< 10% goed, < 5% uitstekend
C50 / C80Verhouding vroege energie (eerste 50 of 80 ms) tot late energieC50 > 0 dB is goed voor spraak
D/R-verhoudingDirect geluid ten opzichte van nagalmHoe hoger, hoe verstaanbaarder
Vuistregel verstaanbaarheid

Verstaanbaarheid wordt bepaald door hoeveel direct geluid er ten opzichte van de nagalm bij het publiek aankomt. Je verbetert dat door: dichterbij (delayspeakers), meer richting (smallere kasten, arrays), minder volume (een galmende zaal wordt bij harder alleen maar erger), en door je mix in het gebied van 2–5 kHz schoon te houden.

Werken in lastige zalen

Kerk of gymzaal (RT60 > 2,5 s)

  • Zet het systeem lager in volume dan je gewend bent; harder maakt het alleen onduidelijker.
  • Gebruik zoveel mogelijk gerichte kasten en richt ze op het publiek, niet op de muren.
  • Zet delayspeakers in plaats van harder aan de voorkant.
  • Mix droog: geen reverb, weinig laag, HPF hoger dan normaal.
  • Bas eruit halen onder 80 Hz scheelt enorm in de troebelheid.
  • Overweeg mono: stereo werkt hier toch niet en mono is duidelijker.

Lage zaal met een hard plafond

  • Speakerhoek zo kiezen dat je zo min mogelijk op het plafond straalt.
  • Let op de vloerreflectie tussen speaker en publiek: kamfiltering in het middengebied.
  • Wedges lager zetten en meer kantelen.

Buiten

  • Geen nagalm, dus je moet alles zelf leveren: je hebt meer vermogen nodig dan binnen.
  • Wind verplaatst en vervormt het geluid; meewind draagt ver, tegenwind slikt hoog weg.
  • Temperatuurgelaagdheid buigt het geluid 's avonds naar beneden — de buurt hoort je dan ineens veel beter.
  • Reken op luchtabsorptie: boven 8 kHz verlies je merkbaar over 50+ meter.
  • Meet de geluidsnormen op de gevel van de dichtstbijzijnde woning, niet alleen in het veld.

Akoestische behandeling

MiddelWerkt opToepassing
Poreuze absorptie (schuim, minerale wol, molton)Mid en hoog; met dikte ook lagerWanden, gordijnen, zaalbehandeling. Vuistregel: werkt vanaf een dikte van ¼ golflengte
Basvanger (dik pakket, membraan, helmholtz)LaagHoeken van de ruimte; daar is de druk het hoogst
DiffusorVerstrooit in plaats van absorbeertAchterwand: houdt de zaal levendig maar zonder echo
Molton / doekAlleen hoogSnel middel op locatie; doe het los van de wand ophangen voor meer effect
PubliekBreedJe grootste absorber, maar pas aanwezig als de show begint
Absorptie werkt niet zonder dikte

Een absorber werkt pas goed vanaf ongeveer een kwart golflengte dik. Voor 100 Hz is de golflengte 3,4 m — een kwart daarvan is 86 cm. Dun akoestisch schuim van 5 cm doet dus niets in het laag, hoe vol je de muur er ook mee plakt. Voor laag heb je dikke pakketten, luchtspouw of membraanabsorbers nodig.

Onthoud

• RT60 = 0,161 × V / A. Publiek is je grootste absorber.
• Zaalmodes zitten in het laag en verhelp je met plaatsing, niet met EQ.
• Kamfiltering komt van tijdverschillen: eerste dip op 1 / (2 × Δt).
• In een galmende zaal: minder volume, meer richting, dichter bij het publiek, droger mixen.
• Absorptie moet dik zijn om laag aan te pakken (¼ golflengte).