🎭 PodiumtechniekNaslagwerk licht & geluid

Draadloze systemen

Draadloze microfoons en in-ears zijn radiotechniek. Zolang alles werkt merk je er niets van, maar zodra het misgaat sta je midden in een show met een dode zangmicrofoon. Frequentieplanning is daarom geen bijzaak.

Hoe werkt een draadloos systeem?

Een zender zet het audiosignaal om in een radiosignaal op een bepaalde frequentie; een ontvanger vangt dat op en maakt er weer audio van.

MicrofoonZender (bodypack of handheld)Radiogolf AntenneOntvangerMengtafel
BegripBetekenis
HandheldZender ingebouwd in de microfoon
Bodypack / beltpackZendertje aan de riem, met een headset, dasspeld of instrumentkabel
DiversityTwee antennes en twee ontvangerdelen; het systeem kiest continu het beste signaal. Voorkomt de meeste uitvallen
True diversityTwee volledige ontvangers, niet alleen twee antennes. Beter
SquelchDempt de ontvanger als het signaal te zwak wordt, zodat je geen ruis of geknetter hoort
CompandingAnaloge compressie bij de zender en expansie bij de ontvanger, om het dynamisch bereik over de radioverbinding te krijgen
RF-niveauDe sterkte van het radiosignaal (de balkjes op de ontvanger)
AF-niveauHet audioniveau uit de ontvanger

Frequentiebanden in Nederland

Radiofrequenties zijn schaars en gereguleerd. In Nederland is het Agentschap Telecom (onderdeel van de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur) de toezichthouder. Gebruik altijd banden waarvoor je toestemming hebt.

BandStatusOpmerking
470–694 MHz (UHF, tv-band)Vergunningsvrij op secundaire basis, mits het apparaat aan de eisen voldoetDe hoofdband voor professioneel gebruik. Je mag geen storing veroorzaken bij digitale tv (DVB-T2), en je hebt geen bescherming tegen storing van anderen. Scan altijd ter plekke
694–790 MHzNiet meer beschikbaarSinds 2020 in gebruik voor mobiele telefonie (5G). Oude apparatuur in deze band mag je niet meer gebruiken
823–832 MHz en 1785–1805 MHzVergunningsvrij voor draadloze microfoonsSmalle banden; beperkt aantal kanalen. De 1,8 GHz-band (DECT-achtig) wordt steeds populairder
863–865 MHzVergunningsvrij, laag vermogen (10 mW)Consumenten- en instapsystemen. Klein bereik, druk bezet
2,4 GHzVergunningsvrijDigitale systemen. Deelt de band met wifi en bluetooth — op een druk evenement risicovol
5,8 GHzVergunningsvrijRustiger dan 2,4 GHz, maar korter bereik en meer last van obstakels
Controleer je apparatuur

Tweedehands apparatuur werkt soms nog in de 700 MHz-band. Dat gebruiken is niet toegestaan en levert bovendien storing op van 4G/5G-masten. Kijk op het typeplaatje welke band je set gebruikt. Bij grote evenementen kun je bij Agentschap Telecom ook tijdelijke vergunningen aanvragen voor extra frequentieruimte — regel dat ruim van tevoren.

Frequentieplanning en intermodulatie

Zet je meerdere zenders tegelijk aan, dan zijn de frequenties niet vrij te kiezen. Radiosignalen mengen zich in de ontvanger en produceren intermodulatieproducten — nieuwe, valse frequenties die precies op de plek van een ander kanaal kunnen vallen.

Intermodulatie van de derde orde (de belangrijkste)
fIM = 2 × f₁ − f₂    en    2 × f₂ − f₁
Voorbeeld: zenders op 500 en 502 MHz produceren ook stoorsignalen op 498 MHz (2×500 − 502) en 504 MHz (2×502 − 500).
Zet je daar een derde microfoon op, dan krijg je geknetter en uitval.
Vuistregels frequentieplanning
  • Minimaal 300–400 kHz tussen twee kanalen; bij veel kanalen liever meer.
  • Nooit gelijke onderlinge afstanden tussen kanalen — dan vallen de intermodulatieproducten precies op elkaar.
  • Gebruik de gecoördineerde presets (banken/groepen) van je fabrikant: die zijn al doorgerekend op intermodulatie.
  • Gebruik software: Shure Wireless Workbench, Sennheiser WSM of Professional Wireless IAS.
  • Houd de tv-kanalen in de gaten die ter plekke actief zijn — check de scan op locatie, niet thuis.
  • Bewaar afstand tussen zendbanden van in-ears en die van microfoons; zet ze bij voorkeur in aparte banden.

Scannen op locatie

  1. Zet alle eigen zenders uit.
  2. Laat de ontvanger de band scannen. Je ziet dan wat er lokaal aan tv-zenders en andere gebruikers actief is.
  3. Laat het systeem vrije frequenties toewijzen, of kies zelf uit een gecoördineerde groep.
  4. Synchroniseer de zenders (bij de meeste merken via infrarood).
  5. Zet alles aan en loop de hele speelvloer af met elke microfoon, terwijl je het RF-niveau in de gaten houdt. Let op dode plekken achter constructies en trussen.
  6. Noteer je frequentieplan en hang het bij de racks.

Antennes en plaatsing

  • Zichtlijn is het belangrijkste. UHF gaat slecht door mensen, metaal en beton heen. Zet de antennes vóór de decorwand en niet erachter.
  • Hoogte: ongeveer op ooghoogte of hoger, minstens 1,5–2 m boven de vloer.
  • Afstand tot de zender minimaal 3 meter — te dichtbij overstuurt de ontvanger.
  • Antennes uit elkaar: bij diversity ongeveer een halve golflengte tot enkele golflengtes uit elkaar (bij UHF zo'n 30–60 cm), en in een hoek van ongeveer 45° naar buiten (een “V”).
  • Niet tegen metaal of tegen een trussbuis aan.
  • Antennesplitter gebruiken als je meerdere ontvangers hebt: dan kun je met één antennepaar 4, 8 of meer ontvangers voeden. Niet elke ontvanger zijn eigen sprietje.
  • Antennekabel: gebruik goede coax en houd hem kort. Elke meter kost signaal; bij lange lopen heb je een antenneversterker nodig — maar die versterkt ook de ruis, dus overdrijf niet.
  • Richtantenne (paddle / log-periodisch) richt je op het podium; dat geeft winst en onderdrukt storing van achteren.
Golflengte van een radiosignaal
λ = 300 / f(MHz)   (in meter)
Voorbeeld: 600 MHz → λ = 0,5 m. Een kwartgolf-antenne is dan 12,5 cm.
Handig om te weten hoe ver je antennes uit elkaar moeten en hoe lang een sprietantenne hoort te zijn.

In-ear monitoring

Bij in-ears draait het om: de zender staat op het rack en de ontvanger zit op de riem van de muzikant. Dat is dus precies andersom dan bij een microfoon.

VoordeelAandachtspunt
Stil podium, geen feedbackMuzikanten voelen zich afgesloten van het publiek
Eigen mix, altijd hetzelfde volumeVraagt een betere en preciezere mix dan een wedge
Veel minder gehoorbelastingAlleen als je de limiter goed instelt
Minder podiumgeluid in de zaalmixZaal klinkt “kaal” als de band niets meer bijdraagt
Limiter en veiligheid

Zet op elke in-ear mix een limiter, ongeveer 6 dB boven het normale luisterniveau. Zonder limiter kan een feedbackpiek, een gevallen microfoon of een kortsluiting rechtstreeks gehoorbeschadiging veroorzaken. Waarschuw muzikanten ook als je iets patcht of een kanaal test terwijl hun pack aanstaat.

Praktijktips in-ears

  • Ambient microfoons (twee condensators aan de rand van het podium) mengen in de in-ears zodat de muzikant het publiek hoort. Zonder dat voelt het klinisch en gaan mensen te hard spelen.
  • Stereo of mono? Stereo geeft veel meer ruimte en overzicht. Sommige packs kunnen ook “mixmode”: links de eigen stem, rechts de band, met een balansknop.
  • Custom otoplastiek sluit veel beter af dan universele dopjes; daardoor kan het volume omlaag en klinkt het laag beter.
  • Eén oor uit is een veelvoorkomende gewoonte, maar dan gaat het volume in het andere oor omhoog — slechter voor het gehoor. Los het liever op met ambient-mics.

Batterijen en zenders

  • Verse batterijen per show. Alkaline of goede oplaadbare packs; nooit half lege batterijen “omdat het er nog wel in zit”.
  • Lithium gaat langer mee en houdt zijn spanning beter vast, maar geeft minder waarschuwing vooraf: hij valt vrij plotseling weg.
  • Reserve klaar bij het monitorrack of bij de podiumtechnicus, met een schroevendraaier als het klepje dat vereist.
  • Zenders uit als ze niet in gebruik zijn: dat spaart batterij én houdt de band schoon.
  • Zweet is de grootste vijand van een bodypack. Gebruik een zweetzakje of een condoom over de pack bij dansers en actieve artiesten.
  • Gain op de zender instellen zodat de audiopiekled net af en toe oplicht bij het hardste moment. Te hoog geeft vervorming die je met de gain op de tafel niet meer kunt herstellen.

Problemen oplossen

SymptoomOorzaakOplossing
Geknetter en droputs op één plekDode plek (multipath), afschermingAntenne verplaatsen/verhogen, diversity controleren
Uitval als de artiest zich omdraaitLichaam schermt de zender afTwee antennes op verschillende plekken, of richtantenne
Ruis en gesisZwak RF-signaal, squelch te laagAntenne dichterbij, squelch bijstellen, batterij vervangen
Storing van een ander systeemFrequentieconflictOpnieuw scannen, ander kanaal kiezen
Vervorming, ook bij lage faderZendergain te hoogGain op de zender terug
Alles valt tegelijk uitAntennesplitter of voedingVoeding van het rack controleren
Werkt in de zaal maar niet op het podiumTruss, decor of ledscherm schermt afAntenne vóór het decor plaatsen
Storing die opkomt als het licht aangaatLedschermen en schakelende voedingen stralen breedAntennes verder weg, betere afscherming, andere frequentie

Checklist voor een show

  • ☐ Alle zenders en ontvangers op de juiste, gecoördineerde frequenties
  • ☐ Frequentieplan uitgeprint bij het rack
  • ☐ Scan op locatie uitgevoerd, met alle eigen zenders uit
  • ☐ Verse batterijen, reserve klaar
  • ☐ Zendergains ingesteld op het hardste moment
  • ☐ Antennes op hoogte, vrij zicht, minimaal 3 m van de artiesten
  • ☐ Hele speelvloer afgelopen met elke microfoon
  • ☐ Limiters op alle in-ear mixen
  • ☐ Reservemicrofoon (bedraad!) klaar bij het podium
  • ☐ Afspraak wie er ingrijpt als er iets uitvalt tijdens de show
Onthoud

• 470–694 MHz is de hoofdband; 694–790 MHz mag niet meer.
• Frequenties nooit op gelijke onderlinge afstanden; gebruik gecoördineerde presets.
• Antennes: hoog, vrij zicht, minimaal 3 m van de zender, niet tegen metaal.
• λ = 300 / f(MHz).
• In-ears altijd limiteren.
• Altijd een bedrade reservemicrofoon achter de hand.