🎭 PodiumtechniekNaslagwerk licht & geluid

Decibels & niveaus

De decibel is de eenheid waar het hele vak op draait. Het lastige: het is geen gewone eenheid maar een verhouding, en hij is logaritmisch. Als je drie regels kent, kom je overal mee weg.

Waarom decibels?

Het zachtste geluid dat je kunt horen heeft een druk van ongeveer 0,00002 pascal. De pijngrens ligt rond 20 pascal. Dat is een verhouding van één op een miljoen. Met zulke getallen werken is onhandig, en bovendien hoort je oor niet lineair: van 1 naar 2 watt hoor je een even groot verschil als van 100 naar 200 watt.

De decibel lost beide problemen op. Hij drukt een verhouding logaritmisch uit, waardoor het miljoen samengeperst wordt tot een schaal van 0 tot 120 — en die schaal sluit veel beter aan bij hoe je oor werkt. De bel was te grof, dus we gebruiken tienden: decibel.

Onthoud

Een decibel op zichzelf betekent niets. “Zet die kanaal 3 dB harder” is duidelijk (dat is een verhouding). “Het is 95 dB” is pas duidelijk als je erbij zegt ten opzichte waarvan: dB SPL, dBu, dBFS. Vandaar al die achtervoegsels.

De twee dB-formules

Er zijn twee varianten. Welke je gebruikt, hangt af van of je met vermogen rekent of met spanning/druk (dat noemen we amplitude-grootheden).

Vermogen (watt, akoestisch vermogen)
dB = 10 × log₁₀ (P₁ / P₂)
P₁ = het vermogen dat je vergelijkt · P₂ = het referentievermogen. Gebruik je bij versterkervermogen en energie.
Spanning en geluidsdruk
dB = 20 × log₁₀ (U₁ / U₂)
U = spanning in volt, of geluidsdruk in pascal. Gebruik je bij volt op een kabel, bij microfoonsignalen en bij dB SPL.
De 20 in plaats van 10 komt doordat vermogen kwadratisch met spanning meegaat (P = U²/R). Twee keer zoveel volt is vier keer zoveel vermogen.
Geluidsdrukniveau (SPL)
Lp = 20 × log₁₀ (p / p₀)    met p₀ = 20 µPa
p = gemeten geluidsdruk in pascal · p₀ = 0,00002 Pa, de gehoordrempel. Dat is de nul van de dB SPL-schaal.
Voorbeeld: van watt naar dB

Je gaat van een versterker van 100 W naar één van 400 W. Hoeveel harder wordt dat?

dB = 10 × log(400 / 100)
dB = 10 × log(4)
dB = 10 × 0,602
= +6 dB — vier keer het vermogen levert 6 dB op. Hoorbaar meer, maar niet “vier keer zo hard”.

De 3-, 6- en 10-regel

In de praktijk pak je bijna nooit je rekenmachine. Je gebruikt deze drie:

VeranderingIn dBWat je hoort
Vermogen ×2 (100 W → 200 W)+3 dBNet merkbaar harder
Vermogen ×4+6 dBDuidelijk harder
Vermogen ×10 (100 W → 1000 W)+10 dBOngeveer twee keer zo hard
Spanning of geluidsdruk ×2+6 dBDuidelijk harder
Afstand tot een puntbron ×2−6 dBHalf zo hard in druk
Twee identieke bronnen samen+3 dBNauwelijks merkbaar
Twee identieke bronnen, exact in fase+6 dBDuidelijk harder
De grote misvatting

Twee keer zoveel versterkervermogen geeft maar +3 dB. Wil je écht twee keer zo hard klinken (+10 dB), dan heb je tien keer zoveel vermogen nodig. Van 500 W naar 1000 W hoor je bijna niets; je moet naar 5000 W. Daarom investeer je bij te weinig volume eerst in gevoeliger speakers (3 dB meer gevoeligheid = gratis verdubbeling van je vermogen) of in meer speakers, niet in een grotere amp.

Hoe klein is 1 dB?

1 dB is ongeveer het kleinste verschil dat een geoefend oor onder goede omstandigheden nog net hoort. 3 dB hoor je zeker. Dat betekent dat een fader van 0,5 dB verschuiven op een luide show vrijwel altijd zinloos is — maar 3 dB op een enkel kanaal is een grote ingreep.

Geluidsbronnen optellen

Twee gitaarversterkers van elk 100 dB samen geven geen 200 dB. Je mag decibels niet zomaar optellen; je moet eerst terug naar vermogen.

Meerdere niveaus optellen
Ltot = 10 × log₁₀ ( 10^(L₁/10) + 10^(L₂/10) + … )
Zet elk niveau terug naar een vermogensverhouding, tel die op, en zet het resultaat weer om naar dB.

Snelle methode zonder rekenmachine — kijk naar het verschil tussen de twee niveaus:

VerschilTel op bij de hoogste
0 dB+3,0 dB
1 dB+2,5 dB
2 dB+2,1 dB
3 dB+1,8 dB
4 dB+1,5 dB
6 dB+1,0 dB
8 dB+0,6 dB
10 dB+0,4 dB
> 15 dBverwaarloosbaar
Voorbeeld: PA en publiek samen

De PA staat op 98 dB, het publiek maakt 92 dB. Wat meet de decibelmeter?

Verschil = 98 − 92 = 6 dB
Bij 6 dB verschil: tel 1,0 dB op bij de hoogste
98 + 1 = 99 dB totaal

Handig om te weten als je op een gelimiteerde 103 dB(A) zit: het publiek telt mee in je meting, ook al doe je zelf niets.

Zestien speakers, hoeveel winst?

Elke verdubbeling van het aantal identieke, ongecorreleerde bronnen levert +3 dB. 2 kasten = +3, 4 = +6, 8 = +9, 16 = +12 dB. Staan ze dicht bij elkaar en volledig in fase (zoals in een gestapelde subarray), dan kan het oplopen richting +6 dB per verdubbeling — dat is precies waarom een array met veel elementen zoveel meer doet dan je op basis van vermogen zou verwachten.

Afstand: de −6 dB-regel

Een puntbron straalt zijn energie uit over een steeds groter wordende bol. Twee keer zo ver betekent vier keer zoveel oppervlak, dus een kwart van de energie per m². In decibels: −6 dB.

Niveauverschil door afstand (puntbron, vrije veld)
ΔL = 20 × log₁₀ (r₁ / r₂)
r₁ = oorspronkelijke afstand · r₂ = nieuwe afstand. Een negatieve uitkomst betekent zachter.
Vuistregel: elke verdubbeling van de afstand = −6 dB.
AfstandNiveau (start 100 dB op 1 m)
1 m100 dB
2 m94 dB
4 m88 dB
8 m82 dB
16 m76 dB
32 m70 dB
64 m64 dB
Uitzondering: line arrays

De −6 dB-regel geldt voor een puntbron in de open lucht. Een line array gedraagt zich in het nabije veld als een cilinder in plaats van een bol: daar verlies je maar ongeveer −3 dB per verdubbeling van de afstand. Precies daarom gebruik je arrays in grote zalen — het verschil tussen voorste en achterste rij wordt veel kleiner. Voorbij een bepaalde afstand (afhankelijk van de lengte van de array en de frequentie) gaat hij alsnog over in −6 dB.

Binnen in een zaal geldt de regel ook maar tot de galmstraal: daarbuiten wordt het niveau bepaald door de nagalm en zakt het nauwelijks nog. Zie Akoestiek.

dB SPL, dBu, dBV, dBFS en dBA

Elke dB-soort heeft zijn eigen nulpunt. Deze tabel moet je kennen.

EenheidReferentie (0 dB =)Waarvoor
dB SPL20 µPa (gehoordrempel)Geluid in de lucht. Wat een decibelmeter meet.
dB(A)idem, maar A-gewogenSPL gecorrigeerd voor hoe je oor hoort. Alle wetgeving gebruikt dit.
dB(C)idem, C-gewogenVlakker in het laag. Voor bas-overlast en piekmetingen.
dBu0,775 VSignaalniveau in professionele apparatuur. Lijnniveau = +4 dBu.
dBV1 VConsumentenapparatuur. Lijnniveau = −10 dBV.
dBFSdigitale maximumDigitale meters. 0 dBFS is het plafond; alles eronder is negatief.
dBm1 mW in 600 ΩOud, uit de telefonie. Kom je nog tegen in schema's.
dB SPL/W/mSpeakergevoeligheid: hoeveel dB een kast maakt met 1 W op 1 m.

Over dBFS: waarom digitaal altijd negatief is

FS staat voor full scale. In een digitaal systeem is er een hard maximum: het hoogste getal dat je kunt opslaan. Daarboven kan niets, dus dat noemen we 0 dBFS. Alles wat je meet is daaronder en dus negatief. Ga je erover, dan krijg je clipping: de toppen worden er letterlijk afgeknipt en dat klinkt als vervorming. In analoge apparatuur loopt het niveau geleidelijker vast (“zacht” clippen); digitaal is het keihard.

Werkniveau

Mik in een digitale mengtafel op gemiddeld −18 dBFS per kanaal, met pieken tot ongeveer −10 dBFS. Dat komt overeen met +4 dBu analoog (de EBU-afspraak) en geeft je 18 dB headroom voor die ene keer dat de zanger echt gaat. Zie gain structure.

Voorbeeld: dBu omrekenen naar volt

Hoeveel volt is +4 dBu?

U = 0,775 × 10^(dBu / 20)
U = 0,775 × 10^(4 / 20)
U = 0,775 × 1,585
= 1,23 volt

Wat is hoe hard?

dB(A)SituatieVeilige blootstelling per dag
0Gehoordrempel
20Bladeren, ademhalingonbeperkt
40Stille woonkameronbeperkt
60Gesprekonbeperkt
70Stofzuiger, drukke straatonbeperkt
80Verkeer dichtbij — eerste actiewaarde Arbo8 uur
85Drukke bar — tweede actiewaarde: bescherming verplicht8 uur
884 uur
91Zaal tijdens soundcheck2 uur
941 uur
97Popconcert, gemiddeld30 min
100Voor de PA staan15 min
103Nederlandse convenantgrens (LAeq over 15 min)7,5 min
110Vlak voor een sub1,5 min
120Sirene, straaljager — pijngrensdirect schadelijk
140Vuurwerk dichtbijdirecte schade
De 3 dB-uitwisselingsregel

Elke 3 dB harder halveert de tijd die je er veilig kunt staan. 85 dB(A) mag 8 uur, 88 dB(A) nog 4 uur, 91 dB(A) 2 uur, 100 dB(A) nog een kwartier. Op een festivaldag van tien uur zit je dus binnen een half uur over je hele dagdosis. Gehoorbescherming is geen luxe maar de basis van je vak. Zie Veiligheid.

A-weging en meten in de praktijk

Een decibelmeter meet alle frequenties even zwaar, maar je oor niet: laag hoor je veel minder goed. Daarom bestaan wegingsfilters die de meting corrigeren.

WegingWat het doetGebruik
AZwakt laag en zeer hoog flink af (bij 50 Hz al −30 dB)Wetgeving, gehoorschade, zaalmetingen
CBijna vlak, alleen de uiteinden iets afPiekmetingen, basoverlast, buurtklachten
ZGeen weging, vlakTechnische metingen

Tijdweging en middeling

  • Fast (F) — meet over 125 ms. Springt mee met de muziek.
  • Slow (S) — meet over 1 s. Rustiger beeld.
  • LAeq — het gemiddelde niveau over een periode. Dit is waar normen op gebaseerd zijn: bijvoorbeeld LAeq,15min = het gemiddelde over een kwartier.
  • LCpeak — de allerhoogste momentane piek. In de Arbowet ligt de grenswaarde op 135–140 dB(C) piek.
  • LEX,8h — de dagdosis: het niveau omgerekend naar een werkdag van 8 uur.
Meet op de juiste plek

Metingen voor een geluidsnorm doe je op een vaste, afgesproken plek in de zaal — meestal bij de FOH-positie of op een vast meetpunt, niet vlak voor de PA en niet achter de bar. Zit je op een gelimiteerde show, vraag dan vooraf waar het meetpunt zit en of er een logger meedraait. Zet zelf ook een meter neer zodat je niet voor verrassingen komt te staan.

Dynamisch bereik en headroom

Dynamisch bereik is het verschil tussen het zachtste bruikbare signaal (net boven de ruis) en het hardste (net onder de vervorming). Headroom is de ruimte die je bovenin overhoudt voordat het vastloopt.

Dynamisch bereik van een digitaal systeem
Dynamiek ≈ 6,02 × aantal bits
16 bit ≈ 96 dB · 24 bit ≈ 144 dB · 32 bit float: praktisch onbegrensd.
Elke extra bit levert 6 dB extra bereik op.
Headroom is geen verspilling

Nieuwe technici zetten alles zo hard mogelijk “om ruis te vermijden”. In een 24-bit systeem is de ruisvloer zó laag dat je gerust 18 dB ruimte kunt laten. Die ruimte gebruik je als de drummer plotseling harder gaat spelen of de gitarist een solo start. Zonder headroom clip je, en clipping krijg je nooit meer weg.

Samenvatting om te onthouden

• Vermogen ×2 = +3 dB · spanning of druk ×2 = +6 dB · vermogen ×10 = +10 dB
• Afstand ×2 = −6 dB (puntbron) of −3 dB (line array, nabije veld)
• Twee gelijke bronnen = +3 dB · twee gelijke, in fase = +6 dB
• Twee keer zo hard klínken = +10 dB = tien keer zoveel vermogen
• Digitaal werken op −18 dBFS gemiddeld
• +3 dB = halve blootstellingstijd