DMX512 & netwerken
DMX is de taal waarin lichttafels met armaturen praten. Het is verrassend simpel — 512 getallen die steeds opnieuw worden verstuurd — maar juist die eenvoud maakt dat je moet weten hoe je adresseert en hoe je een lijn goed aanlegt.
Wat is DMX512?
DMX512 (Digital MultipleX, 512 kanalen) is sinds 1986 de standaard voor lichtsturing. De lichttafel stuurt continu een pakketje met 512 getallen over één kabel. Elk armatuur luistert alleen naar de getallen op zijn eigen plek in dat rijtje.
| Eigenschap | Waarde |
|---|---|
| Aantal kanalen per universe | 512 |
| Waarde per kanaal | 0 t/m 255 (8 bit, 256 stappen) |
| Snelheid | 250 kbit/s |
| Elektrische standaard | RS-485, gebalanceerd differentieel |
| Refresh rate | Maximaal ca. 44 pakketten per seconde |
| Connector (officieel) | 5-polige XLR |
| Kabelimpedantie | 110 Ω, twisted pair |
| Max. armaturen per lijn | 32 (daarna een splitter) |
| Max. kabellengte per lijn | ca. 300 m |
| Richting | Eén kant op (behalve bij RDM) |
DMX heeft geen foutcontrole en geen terugkoppeling: de tafel weet niet of het bericht is aangekomen. Maar omdat het pakket 40 keer per seconde opnieuw wordt gestuurd, is een enkele fout meteen weer hersteld. Nadeel: een slechte verbinding uit zich in flikkeren of in lampen die spontaan reageren — nooit in een duidelijke foutmelding.
Kanalen, waarden en universes
Eén kanaal stuurt één functie aan met een waarde van 0 tot 255:
| Waarde | Percentage | Betekenis (bij een dimmer) |
|---|---|---|
| 0 | 0% | Uit |
| 64 | 25% | Kwart |
| 128 | 50% | Half |
| 191 | 75% | Driekwart |
| 255 | 100% | Vol |
Bij een moving head heeft elk kanaal een eigen functie, en zijn er vaak bereiken binnen één kanaal. Bijvoorbeeld op het shutterkanaal: 0–31 = dicht, 32–63 = open, 64–95 = strobe langzaam naar snel, 96–127 = puls, enzovoort. Die verdeling staat in de DMX-tabel in de handleiding — en die heb je écht nodig.
Heb je meer dan 512 kanalen nodig, dan gebruik je meerdere universes: elk universe is een eigen DMX-lijn met opnieuw 512 kanalen.
Adresseren: de belangrijkste som
Elk armatuur krijgt een startadres. Vanaf dat adres pakt hij zoveel kanalen als hij nodig heeft. Het volgende armatuur begint daar dus direct na.
Een armatuur van 16 kanalen kan dus maximaal op adres 497 staan (497 + 16 − 1 = 512).
Reken hele reeksen automatisch uit met de DMX-adresrekenmachine.
In de praktijk begin je vaak niet op 1, 9, 17 maar op 1, 11, 21, 31 of 1, 21, 41 — dus met wat lucht ertussen. Voordeel: je kunt later een armatuur in een uitgebreidere modus zetten zonder alles opnieuw te adresseren, en de adressen zijn makkelijker te onthouden. Nadeel: je verspilt kanalen. Bij weinig ruimte adresseer je strak aaneengesloten.
Dat mág en het is soms handig: twee pars die altijd hetzelfde moeten doen kun je op één adres zetten. Ze reageren dan als één. Maar per ongeluk twee verschillende armaturen op hetzelfde adres zetten geeft chaos, want ze interpreteren dezelfde getallen anders. Bij het adresseren: schrijf het op in je patchlijst.
Kanaalmodi en 16-bit
Bijna elk armatuur heeft meerdere kanaalmodi. Een moving head kan bijvoorbeeld draaien in “basic” met 14 kanalen of in “extended” met 32. In de uitgebreide modus krijg je meer functies en fijnere sturing, maar het kost veel meer kanalen. Kies bewust — en zorg dat de modus op het armatuur overeenkomt met de modus in je patch, anders werkt er niets zoals verwacht.
Coarse en fine (16-bit)
256 stappen is te grof voor pan en tilt: je ziet de lamp dan schokkerig verspringen. Daarom gebruiken armaturen twee kanalen samen: een coarse (grof) en een fine (fijn) kanaal. Samen leveren die 256 × 256 = 65.536 stappen op.
Bekabeling en de terminator
DMX werkt met een daisy chain: van de tafel naar het eerste armatuur, van daar naar het tweede, enzovoort. Geen ster, geen T-splitsingen.
| Regel | Waarom |
|---|---|
| Gebruik echte DMX-kabel (110 Ω, twisted pair) | Microfoonkabel is 60–90 Ω en niet getwist voor data. Werkt vaak wel, maar geeft op lengte flikkeringen en storingen |
| Max 32 armaturen per lijn | Elke ontvanger belast de lijn; daarboven wordt het signaal te zwak |
| Max ca. 300 m per lijn | Signaalverzwakking en reflecties |
| Terminator aan het eind | Weerstand van 120 Ω tussen pen 2 en pen 3, in het laatste armatuur. Voorkomt dat het signaal terugkaatst en zichzelf verstoort |
| Geen splitsingen met Y-kabels | Geeft reflecties. Gebruik een splitter |
| DMX-lijnen los van stroomkabels | Instraling van dimmers en schakelende voedingen |
Bij korte lijnen met een paar lampen merk je vaak niets. Maar zodra het langer wordt of je krijgt onverklaarbaar geflikker, is de ontbrekende terminator verdachte nummer één. Kost een paar euro, bespaart uren zoeken. Sommige armaturen hebben een schakelaar om intern te termineren.
Pinbezetting 5-polige XLR
| Pen | Functie |
|---|---|
| 1 | Aarde / afscherming |
| 2 | Data − (cold) |
| 3 | Data + (hot) |
| 4 | Tweede datapaar − (meestal ongebruikt) |
| 5 | Tweede datapaar + (meestal ongebruikt) |
De officiële standaard is 5-polig, maar veel goedkopere armaturen gebruiken 3-polig — precies dezelfde connector als een microfoonkabel. Dat is verwarrend en gevaarlijk: iemand steekt ooit een DMX-lijn in een mengtafel. Label je DMX-kabels duidelijk en houd ze apart van je audiokabels. Verloopjes 3↔5 zijn standaard verkrijgbaar.
Splitters en boosters
Een DMX-splitter (of opto-splitter) neemt één DMX-lijn en maakt daar meerdere, elektrisch gescheiden lijnen van. Voordelen:
- Meer dan 32 armaturen aansluiten
- Meerdere takken vanuit één punt (bijvoorbeeld links, rechts en achter)
- Galvanische scheiding: een storing of kortsluiting in één tak legt de rest niet plat
- Het signaal wordt opnieuw opgebouwd, dus je begint weer met de volle lengte
Elke uitgang van de splitter is een nieuwe lijn die je weer moet termineren.
RDM
RDM (Remote Device Management, ANSI E1.20) is een uitbreiding op DMX waarmee de communicatie twee kanten op gaat. Daarmee kun je vanaf de tafel:
- Zien welke armaturen er aan de lijn hangen
- Het DMX-adres op afstand instellen — geen ladder meer in
- De kanaalmodus wijzigen
- Status uitlezen: lamptemperatuur, branduren, foutmeldingen
Voorwaarde: alle apparatuur in de keten moet RDM ondersteunen, inclusief de splitters. Een gewone splitter blokkeert het retoursignaal.
Art-Net en sACN
Wil je meer dan een paar universes, dan wordt losse DMX-bekabeling onwerkbaar. Dan stuur je DMX over een ethernetnetwerk: honderden universes over één netwerkkabel, met nodes die het aan het eind weer omzetten naar echte DMX-lijnen.
| Art-Net | sACN (E1.31) | |
|---|---|---|
| Van | Artistic Licence | ESTA-standaard |
| Verzending | Broadcast (standaard) of unicast | Multicast |
| Netwerkbelasting | Hoger bij broadcast: alles gaat naar iedereen | Lager: apparaten abonneren zich op de universes die ze nodig hebben |
| IP-adressen | Traditioneel 2.x.x.x of 10.x.x.x | Vrij te kiezen |
| Prioriteit | Nee | Ja — meerdere bronnen mogelijk, hoogste prioriteit wint |
| Gebruik | Veel gebruikt, breed ondersteund | Voorkeur bij grote systemen |
- Gebruik een gescheiden netwerk, niet het wifi/kantoornetwerk van de zaal.
- Gigabit-switches, en zet IGMP snooping goed in bij sACN (multicast).
- Noteer je IP-adressen en subnetmasker en label je nodes.
- Bij Art-Net broadcast: houd het netwerk klein, anders loopt het vol.
- Zorg voor een backup: veel tafels kunnen zowel over netwerk als over directe DMX-uitgangen sturen.
Pixelmapping
Bij pixelmapping behandel je een groep leds of armaturen als de pixels van een scherm. Je laat er een video of een gegenereerd patroon overheen lopen, en de software vertaalt dat naar DMX-waarden per pixel.
Het kost enorm veel kanalen: een ledstrip van 100 pixels in RGB = 300 kanalen. Een matrix van 32 × 18 pixels RGB = 1728 kanalen, dus al meer dan 3 universes voor één paneel. Reken vooraf uit hoeveel universes je nodig hebt en of je netwerk en je nodes dat aankunnen.
Voorbeeld: 240 pixels RGBW = 240 × 4 = 960 kanalen = 2 universes.
Problemen oplossen
| Symptoom | Waarschijnlijke oorzaak | Actie |
|---|---|---|
| Lamp doet niets | Verkeerd adres, verkeerde modus, kabel, of nog geen dimmerkanaal open | Adres controleren, kabel doorlussen testen, dimmerkanaal op vol zetten |
| Lamp flikkert of doet willekeurige dingen | Geen terminator, te lange lijn, verkeerde kabel, storing | Terminator plaatsen, DMX-kabel gebruiken, splitter inzetten |
| Verkeerde lamp reageert | Adressen overlappen | Patchlijst nalopen, opnieuw adresseren |
| Functies zitten door elkaar | Verkeerde kanaalmodus of verkeerde fixture profile in de tafel | Modus op de lamp en in de patch gelijk maken |
| Alles achter één lamp doet het niet | Doorlus van die lamp is defect, of hij staat uit | Lamp overslaan met een kabel, of hem vervangen |
| Alles werkt behalve één tak | Splitteruitgang of kabel | Andere splitteruitgang proberen |
| Art-Net komt niet aan | IP-instelling, subnet, firewall, verkeerde universe-nummering | IP en subnetmasker controleren, universe-nummering (0- of 1-gebaseerd!) nakijken |
| Lampen blijven aan na blackout | Tafel stuurt geen DMX meer; armaturen houden de laatste waarde vast | Kabel of tafel controleren. Dit is normaal gedrag bij signaalverlies |
• 512 kanalen per universe, waarden 0–255.
• Volgend adres = vorig adres + aantal kanalen.
• Hoogste startadres = 513 − aantal kanalen.
• Daisy chain, max 32 lampen, max ~300 m, terminator aan het eind.
• Echte DMX-kabel (110 Ω), niet je microfoonkabel.
• Splitter voor meer takken en galvanische scheiding.
• Meer dan een paar universes? Art-Net of sACN over een eigen netwerk.