🎭 PodiumtechniekNaslagwerk licht & geluid

Lumen, lux & bundel

Hoeveel licht komt er nu écht op dat toneel? Met vier eenheden en twee formules kun je dat uitrekenen — en dan weet je vooraf of je armatuur sterk genoeg is en hoe groot je vlek wordt.

De vier eenheden

EenheidSymboolWat het meetVergelijking met geluid
Lumen (lm)ΦDe totale hoeveelheid licht die een bron uitstraalt, alle richtingen bij elkaarHet akoestisch vermogen van een luidspreker
Candela (cd)ILichtsterkte in één bepaalde richtingHet niveau op de as van de luidspreker
Lux (lx)EHoeveel licht er per vierkante meter op een oppervlak valt (lm/m²)dB SPL op de meetpositie
Candela per m²LLuminantie: hoe helder een oppervlak lijkt als je ernaar kijktHoe hard iets klinkt vanaf jouw plek
Het verschil tussen lumen en lux

Een lamp van 10.000 lumen is 10.000 lumen, waar je hem ook op richt. Maar concentreer je die 10.000 lumen op één vierkante meter, dan meet je daar 10.000 lux; spreid je hem over 100 m², dan meet je maar 100 lux. Lumen zegt iets over de lamp, lux over de plek waar het licht landt. Daarom is het aantal lumen op een doos vaak minder belangrijk dan de bundelhoek.

Lux uit lumen over een oppervlak
E = Φ / A
E = verlichtingssterkte in lux · Φ = lichtstroom in lumen · A = oppervlak in m².

De omgekeerde kwadratenwet

Dit is de belangrijkste formule van deze pagina. Licht spreidt zich uit over een steeds groter oppervlak naarmate het verder komt. Twee keer zo ver = vier keer zoveel oppervlak = een kwart van het licht per m².

Omgekeerde kwadratenwet
E = I / d²
E = verlichtingssterkte in lux · I = lichtsterkte in candela · d = afstand in meter.
Van de ene afstand naar de andere
E₂ = E₁ × (d₁ / d₂)²
Ken je de lux op één afstand, dan reken je hem zo om naar een andere afstand.
Voorbeeld

Een profielspot geeft 20.000 candela op de as. Hoeveel lux op 8 meter?

E = I / d²
E = 20.000 / 8²
E = 20.000 / 64
= 313 lux

En op 16 meter? Twee keer zo ver, dus een kwart:

E = 20.000 / 256 = 78 lux
Afstand ×Lux wordtIn stops (camera)
1100%
1,41 (√2)50%−1 stop
225%−2 stops
2,8312,5%−3 stops
46,25%−4 stops
81,6%−6 stops
Zelfde wet, andere eenheid

Bij geluid noemen we dit −6 dB per verdubbeling van de afstand, bij licht een kwart van de lux. Het is exact dezelfde natuurkunde: energie die zich over een steeds grotere bol verdeelt. Snap je de ene, dan snap je de andere.

Bundelhoek en vlekgrootte

De bundelhoek bepaalt hoe breed het licht uitwaaiert. Samen met de worplengte (de afstand van lamp tot doel) bepaalt dat de grootte van je lichtvlek.

Diameter van de lichtvlek
Ø = 2 × d × tan(α / 2)
Ø = diameter van de vlek in meter · d = worplengte in meter · α = bundelhoek in graden.
Let op: je deelt de hoek door 2 omdat de tangens vanaf de middellijn rekent.
Voorbeeld: hoe groot is de vlek?

Een 26°-profiel hangt op 9 meter van het speelvlak.

Ø = 2 × 9 × tan(26 / 2)
Ø = 2 × 9 × tan(13°)
Ø = 2 × 9 × 0,2309
= 4,16 meter doorsnee
Snelle vuistregel: de vlekfactor
Ø = worplengte × factor
Onthoud de factor van de hoeken die je vaak gebruikt, dan hoef je niet te rekenen.
BundelhoekVlekfactorVlek op 5 mop 10 mop 15 m
0,090,4 m0,9 m1,3 m
10°0,170,9 m1,8 m2,6 m
15°0,261,3 m2,6 m3,9 m
19°0,331,7 m3,3 m5,0 m
26°0,462,3 m4,6 m6,9 m
36°0,653,3 m6,5 m9,8 m
50°0,934,7 m9,3 m14,0 m
60°1,155,8 m11,5 m17,3 m
90°2,0010,0 m20,0 m30,0 m
Twee getallen om te onthouden

Bij 60° is de vlek ongeveer even groot als de afstand. En bij 26° ongeveer de helft van de afstand. Met die twee ankerpunten kun je alles ertussenin schatten.

Field angle en beam angle

Fabrikanten geven twee hoeken op, en die betekenen niet hetzelfde:

HoekDefinitieWaarvoor
Beam angleDe hoek waarbinnen de intensiteit nog minstens 50% van het midden isDe “hete kern” van de bundel
Field angleDe hoek waarbinnen de intensiteit nog minstens 10% isDe volledige zichtbare vlek, inclusief zachte rand

De field angle is dus altijd groter dan de beam angle. Wil je weten hoe groot je bruikbare lichtvlek is, reken dan met de field angle. Wil je weten waar het écht fel is (bijvoorbeeld voor een gezicht), reken dan met de beam angle.

Een armatuur doorrekenen

In de fotometrische tabel van een armatuur staat meestal de lichtsterkte in candela (of de lux op een bepaalde afstand) per bundelhoek. Daarmee kun je alles uitrekenen.

Complete som

Een led-profiel geeft volgens de fabrikant 8.500 lux op 5 meter bij een bundel van 26°. Je hangt hem op 12 meter. Hoeveel lux krijg je, en hoe groot wordt de vlek?

Stap 1 — lux op 12 meter:

E₂ = E₁ × (d₁ / d₂)²
E₂ = 8.500 × (5 / 12)²
E₂ = 8.500 × 0,1736
= 1.476 lux

Stap 2 — vlekgrootte:

Ø = 12 × 0,46 (vlekfactor 26°)
= 5,5 meter doorsnee

Stap 3 — is dat genoeg? Voor een theatervoorstelling wil je op een gezicht ongeveer 300–800 lux. 1.476 lux is dus ruim voldoende, ook als je er nog een gel voor zet die de helft slikt.

Hoeveel lux heb je nodig?

SituatieRichtwaarde
Volle maan0,25 lux
Sfeerverlichting, nachtscène10–50 lux
Publieksverlichting tijdens binnenkomst50–150 lux
Werklicht op het podium200–300 lux
Kantoor / klaslokaal (norm)300–500 lux
Toneelbelichting op gezichten300–800 lux
Presentatie met projectie (lage waarde nodig)50–100 lux op het scherm
Televisieopname800–1500 lux
Sportuitzending1000–2000 lux
Bewolkte dag buiten1.000–10.000 lux
Direct zonlicht50.000–120.000 lux
Reken je verliezen mee

Wat er uit de lamp komt, komt niet allemaal aan. Reken op:

  • Kleurfilter: 10 tot 98% verlies, afhankelijk van de kleur
  • Diffusie/frost: 10–40% verlies
  • Gobo: 40–70% verlies (afhankelijk van hoeveel er open is)
  • Vuil op lens en reflector: makkelijk 10–20%
  • Lampveroudering: 10–30% over de levensduur

Neem daarom altijd ruimte: reken met minstens 1,5× wat je denkt nodig te hebben.

Rendement en vermogen

Watt zegt niets over hoeveel licht je krijgt — alleen over hoeveel stroom je verbruikt. Het rendement (lm/W, ook wel lichtopbrengst of efficacy) vertelt hoe efficiënt de bron is.

Bronlm/WBetekenis
Gloeilamp10–1595% wordt warmte
Halogeen15–25Iets beter, maar nog steeds vooral een kachel
Ontladingslamp (HMI/MSD)70–100Zeer fel voor het vermogen
Wit led (theater)80–120
Wit led (efficiënt)120–180Vaak wel met lagere CRI
Vergelijk led met halogeen

Een ledprofiel van 200 W geeft ongeveer evenveel licht als een halogeenprofiel van 750 W — bijna vier keer zo weinig stroom. Dat scheelt niet alleen op je stroomgroep maar ook in warmte in de zaal en in de belasting van je dimmerpark. Zie Stroom & elektra.

Licht onder een hoek

Schijnt licht schuin op een oppervlak in plaats van recht erop, dan verdeelt dezelfde hoeveelheid licht zich over een groter oppervlak — en meet je dus minder lux.

Cosinuswet van Lambert
E = (I / d²) × cos θ
θ = de hoek tussen de lichtstraal en de loodlijn op het oppervlak.
Recht erop (θ = 0°): cos 0 = 1, volle sterkte. Onder 45°: cos 45° = 0,71 → 29% minder. Onder 60°: cos 60° = 0,5 → de helft.
Praktische betekenis

Een lamp die onder 45° op de vloer schijnt geeft daar 29% minder lux dan een lamp die er recht boven hangt. Bovendien wordt de vlek ovaal in plaats van rond. Bij het uitrekenen van je worplengte moet je dus de schuine afstand nemen (via de stelling van Pythagoras), niet de horizontale.

Schuine worplengte
d = √(horizontaal² + hoogteverschil²)
Hangt een lamp 6 m boven de vloer en 8 m horizontaal van het doel, dan is de werkelijke worplengte √(8² + 6²) = √(64+36) = √100 = 10 meter.
Onthoud

• Lumen = de lamp. Lux = wat er op het toneel landt.
• E = I / d² — twee keer zo ver is een kwart licht.
• Ø = 2 × d × tan(hoek/2). Bij 26° ≈ 0,46 × afstand, bij 60° ≈ 1 × afstand.
• Beam angle = 50%-punt, field angle = 10%-punt.
• Reken je verliezen door gels, gobo's en vuil altijd mee.
• Gebruik de schuine afstand, niet de horizontale.