🎭 PodiumtechniekNaslagwerk licht & geluid

Op de vloer

Techniek kennen is één ding, meedraaien in een ploeg is iets anders. Dit hoofdstuk gaat over hoe een showdag verloopt, wie wat doet, hoe je communiceert en welke ongeschreven regels er gelden.

De showdag van begin tot eind

FaseWat gebeurt er
Crew callHet tijdstip waarop je er moet zijn. Dat betekent: klaar om te werken, niet net binnenlopen
Load-inVrachtwagen uitladen, alles op zijn plek zetten
RiggingPunten prikken, motoren, truss opbouwen en hijsen
OpbouwLicht hangen, PA hangen, kabels leggen, stroom verdelen
FocusLampen richten en scherpstellen
Line checkElk kanaal controleren op signaal
SoundcheckMet de band: monitors, dan zaalmix
Dinner breakEten. Ja, echt — sla dit niet over
DoorsPubliek naar binnen. Vanaf nu geen lawaai meer op het podium
ShowtimeDe show
Encore / endToegift en einde
Load-outAfbouwen en inladen. Meestal snel en in het donker
Het schema heet de dayschedule

Je krijgt vooraf een dagplanning met alle tijden. Lees hem, print hem, en hang hem op. Ken vooral drie tijden uit je hoofd: je eigen crew call, doors (vanaf dan mag je niets meer op het podium doen dat lawaai maakt) en curfew (de tijd waarop het geluid uit moet vanwege de vergunning — die is niet onderhandelbaar).

Wie is wie

FunctieDoet
ProductieleiderEindverantwoordelijk voor de hele productie: planning, budget, mensen
Technisch producent / TDTechnische leiding, vertaalt de wensen naar wat er kan en mag
Stage manager / inspiciëntBaas op het podium tijdens de show. Geeft de cues, bewaakt de volgorde en de veiligheid
FOH-technicusMixt het geluid voor de zaal
MonitortechnicusMixt het geluid voor de muzikanten
SysteemtechnicusBouwt en lijnt het PA-systeem uit
Lichtontwerper (LD)Bedenkt het lichtbeeld en programmeert of bedient
Lichttechnicus / dimmermanBouwt op, adresseert, lost storingen op
RiggerVerantwoordelijk voor alles wat hangt
BacklinerZorgt voor de instrumenten en versterkers van de band
Stagehand / sjouwerLaden, lossen, opbouwen. Waar je vaak begint — en waar je enorm veel leert
TourmanagerRegelt alles rond de artiest: reizen, tijden, hotel
Videotechnicus / VJLedschermen, projectie, camera's
HuistechnicusKent de zaal, weet waar alles zit. Je belangrijkste bondgenoot

Papieren die je krijgt

DocumentInhoud
Technical riderWat de artiest technisch nodig heeft: PA, monitors, licht, backline, crew
StageplanPlattegrond van het podium: wie staat waar, welke versterkers, welke monitors
Inputlist / kanalenlijstWelk kanaal is welke bron, welke microfoon, welke standaard, fantoom ja/nee, insert
MonitorlijstWelke mix gaat naar wie, wedge of in-ear
LichtplanZie Lichtplan
PatchlijstDMX-adressen en universes
Dayschedule / runsheetAlle tijden van de dag
Cuesheet / showscriptAlle cues met hun trigger
Rigging plotHijspunten, gewichten, motoren
StroomplanWelke groep, welke fase, welk vermogen
Lees de rider vóór de dag zelf

De helft van alle problemen op een showdag komt doordat niemand de rider heeft gelezen. Kijk vooraf: hoeveel kanalen, hoeveel monitormixen, hoeveel stroom, hoeveel hijspunten, en of dat past bij wat er in de zaal is. Klopt er iets niet? Bel dan een dag van tevoren, niet als de vrachtwagen er staat.

Load-in en opbouw

  • Kijk eerst rond voordat je begint: waar is de laadingang, de lift, de stroom, de vluchtwegen, de kantine, het toilet.
  • Cases op de goede plek zetten scheelt later een half uur sjouwen. Zet alles waar het nodig is, niet waar het net uitkomt.
  • Volgorde: stroom → rigging → truss laag opbouwen en behangen → hijsen → PA → kabels → tafels → richten → testen.
  • Rigging en licht gaan vóór het geluid, want alles wat hangt moet omhoog voordat de vloer volloopt.
  • Werk netjes. Kabels langs de wand, in bochten en niet gekruist. Klittenband. Loopgebieden afplakken.
  • Lege cases stapelen op één plek, deksels erop, wielen op de rem, en houd vluchtwegen vrij.
  • Meld het als je klaar bent met een taak, en vraag wat er nog moet. Niets is zo zichtbaar als iemand die staat te wachten tot hem iets gevraagd wordt.

Line check en soundcheck

Line check

Vóór de band komt: controleer elk kanaal. Iemand op het podium tikt op elke microfoon en zegt het kanaalnummer; iemand aan de tafel bevestigt.

  • Staat er signaal op het juiste kanaal?
  • Is het kanaal gelabeld?
  • Fantoom aan waar nodig?
  • Zit de microfoon op de juiste plek en de juiste standaard?
  • Werken alle monitors? Loop ze één voor één langs met roze ruis of een microfoon.

Soundcheck

  1. Instrument voor instrument: begin bij de drums (kick, snare, toms, overheads), dan bas, gitaar, toetsen, zang.
  2. Gain zetten op showniveau — vraag de muzikant om zo hard te spelen als tijdens de show.
  3. Monitors eerst. Vraag per muzikant wat hij nodig heeft en werk dat af. Een band die zichzelf niet hoort, speelt slecht — en dan is je zaalmix ook nooit goed.
  4. Dan de zaalmix, met de hele band samen op een echt nummer.
  5. Loop de zaal in tijdens dat nummer.
  6. Sla je scene op en label hem.
Communiceren met muzikanten

Gebruik korte, duidelijke zinnen en herhaal wat je begrepen hebt: “Meer eigen stem in wedge 2, minder gitaar — klopt dat?” Vraag door bij vage klachten: “te veel” kan volume, laag of galm zijn. En: doe iets zichtbaars. Een muzikant die niets ziet gebeuren, gaat harder gebaren.

Standaard handgebaren: duim omhoog = meer, duim omlaag = minder, hand vlak wuiven = genoeg/stop, wijzen naar jezelf = mijn eigen kanaal, wijzen naar de wedge = in mijn monitor.

Showcall en cues geven

Bij theater, musical en grote producties “belt” de inspiciënt / stage manager de show: hij geeft over de intercom aan iedereen wanneer wat moet gebeuren. Dat gaat volgens een vast patroon.

CallBetekenis
“Standby LX 12, sound 8”Waarschuwing: de volgende cue komt eraan. Je legt je hand op de knop en antwoordt “standing by”
“LX 12… GO”Nu uitvoeren. Het woord GO komt altijd als laatste — daarop druk je
“Warning”Nog wat verder vooruit dan standby
“Hold”Stop, wacht
“Clear”Cue is uitgevoerd, je kunt door
“Beginners” / “Places”Iedereen op zijn startpositie
“Half”Nog 35 minuten tot aanvang (theatertraditie)
“Doors”Publiek komt binnen
“House to half / house out”Zaallicht half / uit
“Show stop”De show wordt stilgelegd (calamiteit). Werklicht aan, geluid uit
Waarom GO altijd als laatste komt

Als de inspiciënt zegt “GO op LX 12”, drukt iedereen bij het woord GO — ook degenen die het niet betreft. Daarom is de vorm altijd: eerst wie, dan GO. Dezelfde reden waarom je bij het hijsen niet “omhoog, wacht even” roept maar eerst de aandacht vraagt.

Intercom en communicatie

SysteemKenmerken
Bedrade intercom (Clear-Com, party line)Betrouwbaar, meerdere kanalen, belt-packs met headset
Draadloze intercomVrijheid van bewegen; let op batterijen en bereik
PortofoonsVoor opbouw en productie. Spreek kanaalindeling af
CuelightsRood = standby, groen = go. Voor plekken waar niet gepraat kan worden
TalkbackVanaf de mengtafel naar het podium
Radio-etiquette
  • Noem eerst wie je roept, dan wie je bent: “Licht, van geluid”.
  • Wacht op antwoord voordat je je bericht doet.
  • Kort en concreet. De lijn is van iedereen.
  • Bevestig altijd: “begrepen” of “copy”.
  • Zet je microfoon uit als je niet praat — niemand hoeft je te horen sjouwen of vloeken.
  • Tijdens de show: alleen praten als het nodig is.

Load-out

  • Wacht tot het publiek weg is voordat je begint met afbreken (tenzij anders afgesproken).
  • Alles terug in de eigen case. Elke case heeft zijn inhoud; gooi niet zomaar dingen bij elkaar. Iemand moet dit morgen weer opbouwen — vaak jijzelf.
  • Kabels over-under oprollen en klitten. Zie Kabels.
  • Kapot materiaal apart leggen en opschrijven wat er stuk is. Een defecte kabel die ongemarkeerd terug de kist in gaat, kost de volgende ploeg een uur.
  • Rigging naar beneden in omgekeerde volgorde, en pas als alles eraf is.
  • Loop een ronde aan het eind: niets vergeten, geen gaffa op de vloer, alles uit, deuren dicht.
  • Blijf tot het klaar is. Load-out is een teamklus; je bent klaar als de ploeg klaar is.

Wat zit er in je tas

Altijd bij je
  • Multitool of Leatherman
  • Zaklamp (met rood licht) + reservebatterijen
  • Rol gaffa (zwart) en rol spike tape
  • Stift en pen, blocnote
  • Gehoorbescherming
  • Klittenband
  • Schroevendraaierset, inbussleutels
  • Steeksleutel (voor beugels)
  • Werkhandschoenen
Handig om te hebben
  • Kabeltester
  • Multimeter en spanningszoeker
  • Koptelefoon
  • XLR-verloopjes (m/m, v/v, 3↔5 polig)
  • Jack-XLR kabeltje, mini-jack naar 2× jack
  • DMX-terminator
  • Losse safety's
  • Rolmaat
  • Powerbank en oplaadkabels
  • Reserve batterijen (AA en 9V)

Werkhouding en omgangsvormen

Waar je op wordt beoordeeld

Niet op hoeveel je weet in je eerste jaar — dat weet niemand. Wel op deze dingen, en die zie je binnen een dag:

  • Op tijd zijn. Liever een kwartier te vroeg. Te laat komen is de snelste manier om niet meer gebeld te worden.
  • Vragen stellen in plaats van gokken. Eén keer vragen kost een minuut, een fout kost een uur.
  • Niet stilstaan. Klaar met je taak? Vraag wat er nog moet.
  • Netjes werken. Kabels, cases, gaffa. Een nette opbouw is een veilige en snelle opbouw.
  • Je fouten melden. Iets omgestoten, iets losgetrokken, verkeerd aangesloten? Zeg het meteen. Verzwijgen wordt altijd erger.
  • Meedenken maar niet overnemen. Zie je iets fout gaan, meld het bij degene die erover gaat.
  • Telefoon weg tijdens werk en show.
  • Nuchter blijven. Je werkt met stroom, hoogte en zware lasten.
  • Respect voor het gebouw en het materiaal van een ander. Vraag voordat je iets verplaatst.
  • Zorg voor jezelf: eten, drinken, pauze, gehoorbescherming, goede schoenen. Lange dagen zijn normaal in dit vak; uitgeput werken niet.
Het cliché dat waar is

In dit vak kom je verder met betrouwbaarheid dan met talent. De technicus die altijd op tijd is, netjes werkt en zegt wanneer hij iets niet weet, wordt de volgende keer weer gebeld. Degene die de mooiste mix maakt maar te laat komt, niet.