🎭 PodiumtechniekNaslagwerk licht & geluid

Versterkers & luidsprekers

Hier komt geluid en elektriciteit samen. Verkeerd aansluiten kost je in het beste geval vermogen en in het slechtste geval een versterker of een set tweeters. De rekenregels zijn gelukkig simpel.

Hoe werkt een luidspreker?

Een luidspreker is een microfoon in omgekeerde richting. Door de spreekspoel loopt een wisselstroom; die spoel hangt in het veld van een permanente magneet. Stroom in een magneetveld levert kracht op, dus de spoel beweegt heen en weer — en de conus die eraan vastzit duwt de lucht mee.

VersterkerStroom door spreekspoelKracht in magneetveld Conus beweegtLuchtdrukgolf

Hoe verder de conus beweegt (excursie) en hoe groter het conusoppervlak, hoe meer lucht er wordt verplaatst en hoe harder het geluid. Voor lage tonen heb je veel luchtverplaatsing nodig — vandaar dat subwoofers zo groot zijn.

Woofer, mid, tweeter en hoorn

Eén speaker kan niet het hele bereik van 20 Hz tot 20 kHz goed weergeven: voor laag heb je massa en oppervlak nodig, voor hoog juist lichtheid en snelheid. Daarom verdeel je het bereik.

OnderdeelBereikFormaatOpmerking
Subwoofer20–100 Hz15", 18", 21"Vaak in bandpass- of bassreflexkast
Woofer / low60–500 Hz10", 12", 15"Fundament en warmte
Midrange300 Hz–4 kHz6,5", 8", 10"Alleen in 3- en 4-weg systemen
Tweeter / driver2–20 kHz1", 1,4", 2" (spoeldiameter)In de PA meestal een compressiedriver op een hoorn

Waarom een hoorn?

Een hoorn (horn / waveguide) doet twee dingen. Ten eerste past hij de akoestische impedantie aan, waardoor het rendement enorm stijgt: een compressiedriver op een hoorn kan 110 dB per watt halen tegenover 90 dB voor een gewone conus. Ten tweede bepaalt hij de richting: de opening van de hoorn bepaalt de spreidingshoek, bijvoorbeeld 90° × 60° (horizontaal × verticaal).

Spreidingshoek en kastkeuze

Op de specificatie van een PA-kast staat bijvoorbeeld 90° × 50°. Dat betekent dat het geluid 90° breed en 50° hoog wordt uitgestraald (tot −6 dB). In een lange, smalle zaal kies je een smalle horizontale hoek (60°), in een brede zaal een wijde (110°). Dit is de belangrijkste spec bij het kiezen van kasten na het vermogen.

Kasttypes

TypeWerkingEigenschappen
GeslotenVolledig dichte kastStrak, goede impulsrespons, laag rendement
BassreflexPoort die de achterkant van de conus benutMeer laag en meer rendement; onder de afstemfrequentie geen demping meer — daarom altijd een HPF
BandpassConus tussen twee kamersZeer efficiënt in een smal bereik; veel gebruikt in subs
Horn-loadedHoornbelasting op de lage speakerZeer hoog rendement, groot en zwaar. Festivalsubs
Line array-elementMeerdere kasten aan elkaar geknoopt tot een lijnbronGelijkmatige spreiding over grote afstand; zie PA-systemen

Specificaties van een speaker lezen

SpecBetekenisWaar let je op
Impedantie (Ω)Nominale weerstand: 4, 8 of 16 ΩBepaalt hoeveel kasten je op één versterkerkanaal mag
Vermogen AES / continuWat de kast langdurig aankanDit is het getal waarmee je rekent
Vermogen programmaMeestal 2× AESMarketinggetal, gebruik het niet als basis
Vermogen piekMeestal 4× AESZegt weinig
Gevoeligheid (dB SPL 1W/1m)Hoeveel dB de kast maakt met 1 watt op 1 meterCruciaal. 3 dB meer gevoeligheid = de helft van het vermogen nodig
Max SPLMaximaal haalbaar geluidsniveauVaak piek; kijk of het continu of piek is
FrequentiebereikBijv. 55 Hz – 18 kHz (±3 dB)Zonder tolerantie zegt het niets
SpreidingBijv. 90° × 60°Bepaalt de dekking in de zaal
AansluitingenSpeakon NL4, NL8, klemmenLet op de pinbezetting (1+/1− of 2+/2−)
Geluidsniveau van een speaker uitrekenen
SPL = gevoeligheid + 10 × log₁₀(P) − 20 × log₁₀(afstand)
gevoeligheid in dB @ 1W/1m · P = toegevoerd vermogen in watt · afstand in meter.
Voorbeeld

Een kast met 98 dB gevoeligheid krijgt 500 W. Hoeveel dB op 10 meter?

Vermogenwinst = 10 × log(500) = 10 × 2,7 = 27 dB
Op 1 meter: 98 + 27 = 125 dB
Afstandsverlies = 20 × log(10) = 20 dB
125 − 20 = 105 dB op 10 meter

Impedantie: serie en parallel

Impedantie is de weerstand die de luidspreker aan de versterker biedt. Hoe lager de impedantie, hoe meer stroom de versterker moet leveren. Onder een bepaalde grens gaat hij in beveiliging of stuk.

Parallel schakelen (de normale manier)
1 / Rtot = 1/R₁ + 1/R₂ + 1/R₃ + …
Bij gelijke kasten wordt het simpel: Rtot = R / aantal.
Twee 8 Ω kasten parallel = 4 Ω. Vier 8 Ω kasten = 2 Ω. Twee 16 Ω kasten = 8 Ω.
Serie schakelen (zelden gebruikt)
Rtot = R₁ + R₂ + R₃ + …
Twee 8 Ω kasten in serie = 16 Ω. Nadeel: valt er één uit, dan valt de hele keten uit, en de demping van de versterker wordt slechter.
Aantal kasten8 Ω elk, parallel4 Ω elk, parallel16 Ω elk, parallel
18 Ω4 Ω16 Ω
24 Ω2 Ω ⚠8 Ω
32,67 Ω ⚠1,33 Ω ✗5,3 Ω
42 Ω ⚠1 Ω ✗4 Ω

alleen met een versterker die dit expliciet aankan · vrijwel nooit toegestaan.

Nooit onder de minimale impedantie

Staat er op je versterker “min. 4 Ω”, dan mag je er niet twee 8 Ω kasten parallel op zetten en daar nog een derde bij hangen. De versterker gaat dan te veel stroom leveren, wordt heet en schakelt uit — of gaat kapot. Reken het altijd na met de impedantie-rekenmachine.

Versterkervermogen kiezen

Vuistregel versterkervermogen
Pversterker ≈ 2 × PAES speaker
Neem een versterker met ongeveer twee keer het continu-vermogen (AES/RMS) van de luidspreker. Dat geeft headroom: ruimte voor pieken zonder dat de versterker gaat clippen.
Een te kleine versterker is gevaarlijker dan een te grote

Klinkt tegenstrijdig, maar het klopt. Een versterker die clipt maakt van een sinus een blokgolf. Een blokgolf bevat veel meer hoogfrequente energie én levert bijna continu vermogen in plaats van pieken. Die energie komt bij de tweeter terecht, die daar niet op gebouwd is. Zo brand je je hoge drivers door met een versterker die op papier “te klein” is.

Een grotere versterker met een goed ingestelde limiter is veiliger: die levert de pieken zonder te clippen en wordt netjes begrensd.

Speaker AESVersterker per kanaal
150 W250–350 W
300 W500–700 W
500 W800–1200 W
800 W1400–1800 W
1200 W2000–2800 W

Dempingsfactor

De dempingsfactor is de verhouding tussen de luidsprekerimpedantie en de uitgangsimpedantie van de versterker. Hoe hoger, hoe beter de versterker de conus in bedwang houdt na een klap — dat hoor je als strak laag. Lange, dunne speakerkabels verlagen de dempingsfactor: gebruik dus dikke kabel en houd hem kort.

Actief of passief

PassiefActief (powered)
VersterkerLos rack, speakerkabel naar de kastIngebouwd in de kast
CrossoverPassief filter ín de kast, na de versterkerActief, vóór de versterkers (per weg een eigen versterker)
Kabels naar de kastSpeakon (dik)230 V + XLR of netwerk
VoordeelKasten lichter, centraal amprack, flexibelSnel opgebouwd, altijd de juiste versterker en limiter, DSP ingebouwd
NadeelJe moet zelf de juiste versterker en instellingen kiezenZwaarder, en je hebt stroom nódig op elke speakerpositie
Typisch voorGrote line array-systemen, installatiesKleine tot middelgrote PA, monitors, DJ-sets

Crossovers en systeemprocessors

Een crossover verdeelt het signaal over de wegen: laag naar de woofer, hoog naar de tweeter. De frequentie waar dat gebeurt heet het crossoverpunt.

SysteemTypische crossoverpunten
Sub / top80–120 Hz
2-weg top (12" + 1")1,5–2,5 kHz
3-weg (15" + 8" + 1,4")300–500 Hz en 1,5–3 kHz

Een systeemprocessor (DSP) doet meer dan alleen splitsen. Hij regelt per weg:

  • Crossover met instelbare helling en filtertype (Linkwitz-Riley 24 dB/oct is de standaard)
  • EQ om de kast vlak te maken
  • Delay om de wegen en de kasten in de tijd uit te lijnen
  • Polariteit per weg
  • Limiter om de speakers te beschermen — dit is de belangrijkste functie
  • Gain per uitgang
Presets en wachtwoorden

De limiterinstellingen in een systeemprocessor zijn afgestemd op precies die combinatie van kast en versterker. Ga daar niet in rommelen. Fabrikanten zetten er niet voor niets een wachtwoord op. Laad altijd de preset die bij de kast hoort — en controleer of hij ook echt geladen is voordat je volume geeft.

100 volt-lijn

Voor installaties met veel kleine luidsprekers over lange afstanden (winkel, school, sporthal, omroepsysteem) gebruik je een 100 V-systeem. De versterker geeft een hoge spanning af, en elke luidspreker heeft een eigen transformator met een instelbare aftakking in watt.

VoordeelNadeel
Dunne kabels over honderden metersBeperkte geluidskwaliteit, vooral in het laag
Je telt gewoon de watts opNiet geschikt voor muziekweergave op niveau
Per speaker het volume instellen met de tapTransformatoren kosten vermogen
Belasting van een 100 V-versterker
Σ alle taps ≤ 0,8 × versterkervermogen
Tel simpelweg alle ingestelde wattages op. Houd 20% marge aan.
Voorbeeld: 24 speakers op 6 W = 144 W → een versterker van minimaal 180–200 W.

Waarom speakers stukgaan

OorzaakWat er gebeurtVoorkomen
Clipping van de versterkerTweeters branden door op de extra hoge energieGenoeg versterkervermogen + limiter
Te veel excursie in het laagSpreekspoel slaat tegen de magneet, conus scheurtHPF op de juiste frequentie, subsonisch filter
Geen HPF op een bassreflexkastOnder de poortafstemming beweegt de conus ongecontroleerdHPF ongeveer een halve octaaf onder de −3 dB van de kast
FeedbackContinue sinus van 100+ dB op één frequentieSnel ingrijpen, limiter
Kabel of plug loskoppelen tijdens spelenVonkje, piekAltijd eerst stil, dan patchen
Aan/uit-plofGrote gelijkspanningspiekVolgorde: bij aanzetten versterkers als laatste, bij uitzetten als eerste
OververhittingLijmverbinding van de spoel laat losVentilatie vrijhouden, niet urenlang op de limiter draaien
De opstartvolgorde

Aanzetten: bronnen → mengtafel → processors → versterkers als laatste.
Uitzetten: versterkers als eerste → processors → mengtafel → bronnen.
Zo gaat geen enkele in- of uitschakelplof je speakers in.

Onthoud

• Parallel: Rtot = R / aantal. Serie: Rtot = R × aantal.
• Versterker ≈ 2× het AES-vermogen van de speaker.
• Een clippende versterker sloopt tweeters — te klein is gevaarlijker dan te groot.
• 3 dB extra gevoeligheid = de helft van het vermogen nodig.
• Versterkers laatst aan, eerst uit.